Iedere dinsdag klinkt gezoem van naaimachines in een ruimte van het asielzoekerscentrum (AZC) aan de Kampweg in Zeist. Hier komen bewoners bij elkaar om te leren naaien, kleding te repareren of gewoon even een praatje te maken. Initiatiefnemer Liesbeth Rentinck uit Bilthoven is samen met collega-vrijwilliger Tine van Engelen de drijvende kracht achter dit bijzondere project. “Het naaien zelf is belangrijk, maar minstens zo belangrijk is dat mensen hier samenkomen”, vertelt Liesbeth enthousiast. “Er wordt weer gelachen en mensen werken hier aan een doel. Voor de een is dat een broek verstellen, voor de ander is dat het naaidiploma halen.”
Hoe het allemaal begon
Het idee voor een naaiatelier ontstond niet in Zeist, maar jaren geleden in Huis ter Heide, vertelt Liesbeth. “Tijdens een kerkdienst in de OLV-kerk in Bilthoven sprak ik een Afghaanse vrouw. Zij vertelde me over de slechte omstandigheden in het Walaardt Sacré Kamp, een opvanglocatie voor gevluchte vrouwen en kinderen. We zijn toen eerst spullen gaan inzamelen voor de eerste levensbehoeften. Maar al snel gaven de vrouwen zelf aan dat ze graag wilden naaien. Dat had een reden: ze wachtten op een woning en wilden lakens en dekens maken om hun huis in te richten.
Omdat naaien mijn grote hobby is, dacht ik meteen: dat kunnen we organiseren. We verzamelden tweedehands naaimachines en begonnen in het kamp ons eerste naaiatelier. Toen dat project stopte, zijn we verdergegaan in Zeist.”
Hun leven staat stil
Leven in de wachtstand
De groep deelnemers in Zeist is heel gemengd. “Hier wonen mensen die nog midden in hun asielprocedure zitten,” legt Liesbeth uit.
“Sommigen willen alleen een broek repareren die ze bij de kringloop hebben gekocht. Anderen dromen ervan coupeuse te worden en gaan voor een officieel diploma. Wat ze allemaal gemeen hebben: ze moeten wachten. Vaak wel een jaar of langer. Hun leven staat stil. Een dag in het AZC kan eindeloos duren. Het atelier geeft structuur en een gevoel dat je ergens mee bezig bent.”
Taal hoeft geen barrière te zijn
Een echt diploma
Het diploma dat in het atelier gehaald kan worden, is niet zomaar een papiertje, maar een erkend diploma. Wie het diploma wil halen, leert werken met patronen en volgens de Nederlandse richtlijnen. “Vaak hebben mensen al veel ervaring, maar het is hier toch net anders”, legt Liesbeth uit. “En het mooie is: taal hoeft geen barrière te zijn. We werken met voorbeelden, dus zelfs wie niet kan lezen of schrijven kan slagen. Gemiddeld duurt de cursus twee tot drie maanden. Daarna kunnen mensen met dat diploma echt aan de slag. Ik zie op vacaturewebsites dat er veel vraag is naar mensen die kunnen naaien.”
Wanneer iemand slaagt, probeert Liesbeth nog een stap verder te gaan:
“Dan zoeken we een tweedehands naaimachine voor ze. Want een diploma is mooi, maar je moet ook echt kunnen beginnen. Zo bouwen ze aan een toekomst.”
Met elkaar maken we dit mogelijk
“Zonder steun van buitenaf zou dit project niet bestaan”, erkent Liesbeth. “De OLV-kerk in Bilthoven heeft bijvoorbeeld een collecte gehouden waarmee we materialen konden aanschaffen. Ook van Emmaus Bilthoven krijgen we veel; bijvoorbeeld lappen stof en speelgoed. In 2022 hebben ze zelfs 1300 euro gegeven zodat we een computergestuurde naaimachine konden kopen. De mensen uit mijn straat doen ook mee: ze geven geld of spullen. Zonder die hulp zouden we dit niet kunnen draaien. En eerlijk gezegd: we kunnen nog altijd goed gebruikte lappen stof en werkende draagbare naaimachines gebruiken. Zo zie je hoe belangrijk het is dat een dorp meehelpt. Je doet dit samen.”
Laatst deed een vrouw haar hoofddoek af
Een veilige plek
Toch draait het atelier niet alleen om certificaten. Het atelier is meer dan een werkplaats, het is een veilige haven. “Er komen ook veel mensen die gewoon hun kleding willen verstellen of het gezellig vinden”, vertelt Liesbeth. "Mensen komen uit verschillende landen, hebben verschillende achtergronden en zitten soms in een stressvolle situatie. Maar hierbinnen zorgen we voor een positieve sfeer: we zijn aan het naaien, we helpen elkaar en we behandelen elkaar met respect.” Dat de aanpak werkt, merkt Liesbeth aan kleine signalen. “Laatst deed een vrouw haar hoofddoek af. Dat betekent: ik voel me veilig. Dan weet je dat deze plek echt verschil maakt.”
Adviezen voor de toekomst
Naast het naaien geeft Liesbeth bewoners soms ook adviezen. Dankzij haar werkverleden bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) kent ze het Nederlandse onderwijssysteem en het inburgeringsproces goed.
“Een jonge tandheelkundestudent uit Iran kreeg van het COA te horen dat hij misschien een mbo-opleiding kon doen. Terwijl er veel meer mogelijk was! Ik heb hem uitgelegd dat hij zijn diploma’s kan laten erkennen via NUFFIC. Dan liggen er ineens heel andere kansen.” Soms gaat het om iets kleins, maar met grote gevolgen. “Er was een timmerman die geen werk vond. Hij zag er onverzorgd uit. Ik zei voorzichtig: ‘Werkgevers vinden het vaak prettig als je er netjes uitziet.’ Hij wilde eerst zijn baard niet afscheren. Maar drie maanden later kwam ik hem tegen, geschoren, netjes gekapt en stralend. Hij had werk gevonden. Zulke momenten maken dit werk mooi.”
Communiceren zonder woorden
Hoe gaat dat, met al die talen en culturen in één ruimte?
“Met handen en voeten, en met een vertaal-app,” lacht Liesbeth.
“De officiële taallessen die bewoners krijgen, zijn minimaal: 24 uur tijdens de asielprocedure, en 144 uur als ze een vergunning hebben. Pas later bij de gemeente volgen meer lessen. Maar in het atelier maakt dat niet uit, uiteindelijk begrijpen we elkaar wel.”
Ook aandacht voor kinderen
Niet alleen volwassenen profiteren van het project. Ook voor kinderen worden activiteiten georganiseerd.
“Naast het AZC staat een school, maar in de vakanties is de school natuurlijk gesloten. Dan organiseren we hier creatieve middagen, zoals mokken versieren. Er zijn ook kinderen die leren naaien. Eerst op de kindernaaimachine en als ze dat onder de knie hebben mogen ze op de gewone naaimachine. Dankzij een kaartjesfonds van welzijnsorganisatie MeanderOmnium konden een aantal kinderen afgelopen zomer drie dagen meedoen aan de kindervakantieweek. Het is echt belangrijk voor kinderen dat ze ook buiten schooltijd meedoen in de maatschappij.”
Het mooiste is om mensen te zien groeien
Op pad
Zo nu en dan neemt Liesbeth de bewoners mee op pad.
“We gaan bijvoorbeeld naar de lapjesmarkt in Utrecht. Met een klein budget mogen ze daar zelf stof kopen. Daarna laat ik ze de stad zien en eten we een broodje Mario. Voor veel bewoners is dat de eerste keer dat ze Utrecht zien. Dat soort uitjes geven lucht en plezier.”
Soms kunnen bewoners zelfs al wat verdienen met hun vaardigheden.
“Ze hebben hier al eens gordijnen gemaakt voor iemand en een jurk genaaid. Kleine opdrachten waarmee ze wat geld verdienen. Dat geeft trots en eigenwaarde.”
Wat dit werk bijzonder maakt
“Het mooiste is om mensen te zien groeien”, besluit Liesbeth. “Voor de een is dat het halen van een diploma, voor de ander is het simpelweg weer durven lachen. Het organiseren van activiteiten zie ik als een van de belangrijkste taken om een AZC goed te laten functioneren. Vluchtelingen die naar Nederland komen willen hun talenten ook hier benutten. Door hen die kans te geven, help je niet alleen hén, maar verrijk je ook de samenleving.”
Kent u of bent u iemand die zich inzet voor de Biltse samenleving en wilt u hierover vertellen? Mail dan een korte omschrijving van uw activiteiten naar gemeentenieuws@debilt.nl(Verwijst naar een e-mailadres). Wie weet bent u de volgende 'Inwoner in beeld'.